06 juli 2006

Johann Faust

Dr. Johann Faust (circa 1480-1540) was een Duits magiër en medicus.

Geruchten en legendes over hem begonnen al tijdens zijn leven. Het gerucht ging dat hij zich bezighield met de Zwarte Magie. Men weet niet precies hoe of wanneer Dr. Faust is overleden, maar het leek er op dat hij was vermoord. Gelijk met zijn dood, vermoedelijk rond 1540, ontstond het gerucht dat hij een pact met de duivel had gesloten.

Een van de eerste legendes over Faust werd in 1587 gepubliceerd door J. Spies: Het verhaal van dokter J. Faust. Faust had een afspraak gemaakt met de duivel. Deze beloonde Faust door hem te voorzien van alle rijkdom, kennis en geneugten van het leven. Faust stelde daar tegenover dat hij na zijn dood zijn ziel opgaf. Dit verhaal is veel vertaald, en het duurde niet lang of er werd in Engeland een toneelstuk over geschreven door Christopher Marlowe: Het tragische verhaal over het leven en de dood van dokter Faustus (1604). Later werden hier vele poppenkastvoorstellingen op gebaseerd. Hierdoor kwam Goethe met de legende van Faust in aanraking.

De figuur Faust is gebaseerd op de historische dokter Johannes Faust. De historische Johannes Faust werd in ongeveer 1480 in Knitlingen in Duitsland geboren. Hij stierf rond 1536 in Staufen. Hij reisde rond als arts, astroloog en magiër. Zijn toverkunsten en horoscopen waren vaak aanleiding om hem uit de stad te verjagen. Al tijdens zijn leven ontstonden er mythische verhalen rond zijn persoon, die door de duivel zelf – aan wie hij zijn ziel verkocht had – gewelddadig om het leven zou zijn gebracht. Hij werd een bron van inspiratie voor bijvoorbeeld Christopher Marlowe, Johan Wolfgang von Goethe en bijvoorbeeld Thomas Mann, die in 1947 met Doktor Faust een van de literaire meesterwerken van de 20e eeuw schreef.

Faust is een gedreven geleerde die reeds alle wetenschappelijke kennis tot zich genomen en begrepen heeft, zonder dat zijn dorst naar 'ware' kennis daardoor is gelest. Op zijn zoektocht naar wezenlijke kennis gedwongen of verleid de rationele weg te verlaten, belandt Faust op het gebied van de alchimisten, de magiërs en de duivel, een gebeurtenis waar hij niet zonder meer gelukkig mee is en behoorlijk verscheurd door raakt:

'Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust'.

De twee tegengestelden – rationaliteit en irrationaliteit – die verenigd moeten worden is een van de grote thema's van de Romantiek en van dit boek.

'De geleerde' wordt meestal voorgesteld als slecht, dwaas, onmenselijk, arrogant, goddeloos, gek, amoreel en gevaarlijk. Het zijn zonderlingen die uit zijn op rijkdom, roem en succes, weliswaar volledig toegewijd aan en gefascineerd door hun werk, maar niet in staat zelfs de meest elementaire sociale contacten te onderhouden.

De duivel, Mephisto, heeft van alles op de schepping aan te merken. Hij sluit een soort weddenschap af met God, dat hij in staat is om een aardse dokter genaamd Faust te kunnen verleiden tot het slechte pad. God zelf heeft er echter vertrouwen in dat Faust zich niet zal laten verleiden.

De volgende dag maken Faust en en zijn vriend Wagner een wandeling. Faust merkt hoezeer de mensen en de natuur hem waarderen, maar toch voelt hij zich verre van gelukkig. Op de terugweg zien ze een poedel, die Faust volgt tot in zijn studeerkamer. Als hij tegen de poedel begint te praten, verandert hij in Mephisto, de duivel. Deze laat Faust in een diepe slaap vallen.

Als hij weer wakker wordt, doet Mephisto hem een voorstel: hij dient Faust op aarde, Faust dient hem daarna. Faust gaat op dit voorstel in, omdat hij ongelukkig is op aarde. Wat daarna komt, kan hem eigenlijk weinig schelen. Als Faust verliefd wordt op Margarete, vraagt hij dan ook de hulp in van Mephisto: hij wil haar koste wat het kost voor zich winnen.