21 mei 2006

Voltaire

François-Marie Arouet werd geboren op 21 november 1694 in Parijs. Hij kreeg les op Louis-le-Grand, de meest prestigieuze jezuïtenschool in Parijs. Hij verliet de school op zijn zestiende en niet lang daarna maakte hij al vrienden bij de Parijse aristocraten. Zijn humoristische gedichten maakten hem populair in die kringen. In 1717 kreeg hij problemen met de autoriteiten vanwege zijn scherpe teksten. Hij werd voor elf maanden veroordeeld naar de Bastille wegens satire over de Franse overheid. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis schreef hij Oedipe wat zijn eerste theatersucces zou worden. Hierna ging hij de naam "Voltaire" gebruiken.

In 1726 beledigde Voltaire een machtige jonge edelman waarvoor hij werd bestraft. Hij kreeg twee opties: de gevangenis of verbanning; hij koos het laatste. Van 1726 tot 1729 woonde hij in Engeland. In die tijd ging hij zich interesseren voor de filosofie van John Locke en de ideeën van Sir Isaac Newton. Voltaire bestudeerde Engelands constitutionele monarchie en de religieuze tolerantie aldaar. Hij interesseerde zich vooral voor het filosofische rationalisme van die tijd en de natuurwetenschappen. Na zijn terugkeer in Parijs schreef hij een boek waarin hij de Engelse gewoontes en instituties prees, de Lettres Philosophiques, en het Newtonianisme als alternatief voor Descartes' rationalisme introduceerde. Het boek werd geïnterpreteerd als kritiek op de Franse overheid en in 1734 moest Voltaire Parijs opnieuw verlaten.

Na een uitnodiging van een intelligente vriendin, de Marquise du Chatelet, ging Voltaire wonen in haar Chateau de Cirey vlakbij Chaumont in Oost-Frankrijk. Voltaire, de markiezin en de markies vormden een hechte "ménage à trois" die uiteenging toen de markiezin in het kraambed stierf. Verscheidene jaren bestudeerden ze allebei de natuurwetenschappen. In 1746 werd Voltaire toegelaten tot de Académie française. In 1749, na de dood van Marquise du Chatelet en nadat Voltaire een uitnodiging had gekregen van de koning van Pruisen, Frederik de Grote, verhuisde hij naar Potsdam (vlakbij Berlijn). Nadat hij verscheidene malen aanvaringen had gehad met de koning keerde Voltaire in 1753 terug naar Frankrijk.

Om uit de handen van de Franse autoriteiten te kunnen blijven verhuist hij in 1755 naar Genève, waar hij net buiten de stad een huis laat bouwen met uitzicht op het meer, genaamd Les Délices (nu: Institut et Musée Voltaire). Het is hier dat hij zijn beroemde gedicht Poème sur le désastre de Lisbonne schrijft n.a.v. de verwoestende aardbeving die dat jaar Lissabon had getroffen. Dit gedicht, waarin Voltaire zijn twijfel uitdrukt over de goedheid van God, zou de aanzet worden tot zijn meest beroemde verhaal, Candide, où l'Optimisme. Op Les Délices laat Voltaire veel toneelstukken uitvoeren. Maar omdat de Geneefse autoriteiten (evenals zijn grote tegenhanger Jean-Jacques Rousseau overigens) toneel verderfelijk vinden voor de moraal wijkt hij een paar jaar later uit naar Ferney, een stadje net over de grens van de Geneefse Republiek. In 1759 kocht hij daar een landgoed waar hij tot vlak voor zijn dood zou wonen. Voltaire, die door allerlei beleggingen imiddels een vermogend man is geworden, breidt het landgoed enorm uit, laat akkers en wijngaarden aanleggen, waardoor het dorp tot grote bloei komt. Hij wordt dan ook al snel de seigneur van Ferney genoemd, en later zou het stadje worden omgedoopt tot Ferney-Voltaire.

Voltaire was ondertussen allerminst vergeten door de intelligentsia. Vele filosofen komen hem in Ferney opzoeken, waaronder d'Alembert, Baron d'Holbach, David Hume en vele anderen. "Waar Voltaire is, daar is het centrum van de Verlichting" werd wel gezegd, en wat dat betreft was Ferney het middelpunt van de Europese Republiek der Letteren.

Een prominente, maar niet in de smaak gevallen, bezoeker was Casanova die in zijn memoires een uitgebreid verslag van zijn bezoek geeft. Voltaire deed het af met de opmerking: "Er was hier een vreemd mannetje te gast".

In 1759 verschijnt dan Candide. In dit verhaal bekritiseert hij de optimistisch ingestelde monadenfilosofie van Leibniz, die in de hoedanigheid van Pangloss die als mentor het hoe en waarom in de wereld probeert uit te leggen aan de hoofdpersoon, Candide. Tijdens een reis door Europa komt Candide telkens in aanraking met de ongerijmdheden en wreedheid van het aardse bestaan, maar iedere keer verzekert Pangloss hem dat alles gebeurt voor een goed doel in deze wereld die de best mogelijke van alle is. Uiteindelijk lijkt Candide zich bij deze filosofie neer te leggen, en concludeert dat "il faut cultiver son jardin. (Het is goed om je tuin bij te houden)"

Naast zijn literaire inspanningen gaat Voltaire zich ook steeds meer bezighouden met allerlei maatschappelijke en juridische misstanden, en wordt daarmee één van de eerste voorvechters voor de mensenrechten. Zo mengt hij zich in een zaak in Toulouse, waarbij een protestant, Jean Calas, onterecht ter dood werd veroordeeld omdat hij een hand zou hebben gehad in de dood van zijn zoon, die zich tot Katholiek zou hebben willen bekeren. Voltaire bestudeert alle dossiers over deze zaak, en ondanks het feit dat Calas wel ter dood zou worden gebracht werd hij in 1765 postuum toch nog vrijgesproken. Voltaire gaat zich daarna meer en meer op gelijksoortige zaken toeleggen. Ook vertaalt hij een geschrift van de Italiaanse jurist Cesare Beccaria (Dei delitti e delle pene), waarin gepleit wordt voor afschaffing van de doodstraf en martelingen en de humanisering van de rechtspraak, naar het Frans, en publiceert zijn Traité sur la Tolérance in 1763.

Maar ondanks het feit dat Voltaire naarmate hij ouder werd steeds cynischer en skeptischer werd t.a.v. de wereld en van God zou hij nooit van zijn geloof afvallen. Zo liet hij op een bijgebouw bij zijn kasteel in Ferney de tekst "Deo erexit Voltaire" (door Voltaire opgericht voor God) aanbrengen. Qua geloof is Voltaire deïstisch, hoewel hij zichzelf een theïst noemt. Dit houdt in dat hij God ziet als diegene die de klok een slinger heeft gegeven, waarna deze zichzelf blijft voorbewegen. Hij gelooft dus niet in een God die direct ingrijpt in het menselijk bestaan.

Op de leeftijd van 83 jaar keerde Voltaire als een held terug in Parijs. In de Comédie Francaise was hij aanwezig toen zijn laatste toneelstuk Irène werd opgevoerd, waarna hij een staande ovatie ontving. Kort daarop echter stierf hij. Vanwege zijn kritiek op de kerk mocht hij niet op kerkelijke grond begraven worden. Uiteindelijk werd hij begraven bij een abdij in de Champagne. In 1791 werden zijn overblijfselen met veel plechtig vertoon verplaatst naar het Pantheon in Parijs. In 1815, toen het gebouw weer een kerk werd, liet Lodewijk XVIII Voltaire daar rusten omdat het "hem goed zou doen om af en toe een mis te horen".