12 mei 2006

Goethe

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 - 22 maart 1832) was een Duits schrijver, wetenschapper, filosoof en staatsman.

Hij studeerde rechten aan de universiteiten van Leipzig en Straatsburg en in 1722 werd hij werkzaam aan het hoogste gerechtshof in Wetzlar. In 1775 verhuisde hij op uitnodiging van Karel August, hertog van Saksen-Weimar-Eisenbach, naar Weimar. Hij trad in staatsdienst bij de hertog en werd ondermeer belast met talloze politieke taken, het beheer van de financiën en de weg- en mijnbouw, het krijgswezen en later het beheer van het hoftheater.

In deze periode werd zijn interesse in de natuurwetenschappen aangewakerd. Bij de bestudering van menselijke schedels ontdekte hij het tussenkaaksbeen, een bij de mens vergroeid stuk bot dat voordien alleen bij dieren was aangetroffen. Met deze ontdekking inspireerde hij later onder andere Charles Darwin. Tevens is het mineraal goethiet naar hem vernoemd. In 1782 werd hij in de adelstand verheven.

n 1786 vertrok Goethe naar Italië, wat opgevat kan worden in de traditie van kunstreizen in die tijd. Hij overwoog schilder te worden maar stapte later toch van dat plan af. Zijn oberservaties van de Italiaanse kleurenpracht mondden later uit in zijn kleurenleer en tevens kwam hij in Italië op het spoor van de zogenaamde oerplant. Deze oerplant, waarvan alle plantensoorten kunnen worden afgeleid, zou niet als organisme in de natuur terug te vinden zijn, maar moest worden opgevat als geestelijk model of concept.

Na een verblijf van enkele maanden in Rome reisde Goethe door naar Napels, waar hij de Vesuvius bestudeerde. In 1788 werd hij door de hertog teruggeroepen naar Weimar omdat hij steun nodig had bij militaire aangelegenheden. Hij nam deel aan de oorlogen tegen Frankrijk.

De jaren na 1794 worden gekenmerkt door een hechte vriendschap met Friedrich Schiller. Onderwerp van gezamenlijke studie waren o.a. de gebeurtenissen rond de Franse Revolutie en de esthetica in de kunst. Uit deze samenwerking ontwikkelde zich een stijl, die wordt aangeduid met de term Weimarer Klassik.

In 1806 trouwde Goethe met Christiane Vulpius. Zij kregen vijf kinderen, waarvan alleen August von Goethe (1789-1830) langer leefde dan enkele dagen.

Vanaf 1794 wijdde hij zich hoofdzakelijk aan de literatuur en het afnemen van audiënties in zijn huis te Weimar. In de laatste jaren van zijn leven tekende zijn secretaris Johann Peter Eckermann gesprekken met Goethe op in het beroemd geworden boek Gespräche mit Goethe in den letzten Jahren seines Lebens. Goethe overleed op 82-jarige leeftijd in Weimar.