17 mei 2006

Antonie van Leeuwenhoek

Antonie van Leeuwenhoek werd geboren op 24 oktober 1632 te Delft, en op 4 november van dat jaar gedoopt als Thonis Philipszoon. Later zou hij zich Van Leeuwenhoek gaan noemen; het huis van zijn ouders stond in Delft op de hoek naast de Leeuwenpoort.

Zijn vader stierf toen Van Leeuwenhoek 6 jaar oud was. Zijn moeder hertrouwde, maar zijn stiefvader overleed toen van Leeuwenhoek 16 jaar was. Hij ging in Warmond naar school en werd vervolgens in Amsterdam opgeleid tot lakenverkoper. Op jonge leeftijd bleek hij al over een zeer brede belangstelling te beschikken: hij las zoveel hij kon over onderwerpen op het gebied van sterrenkunde, wiskunde, natuurkunde en scheikunde.

In een vertrek achter de winkelruimte ontwikkelde hij zichzelf tot een wereldberoemd wetenschapper. Als lakenverkoper bestudeerde hij al stoffen met geslepen glas. Van Leeuwenhoek leerde zichzelf glasblazen, slijpen en polijsten en kon vervolgens lenzen van een hoge kwaliteit maken. Met zijn handgemaakte microscopen nam hij spiervezels en de stroom van bloed in haarvaatjes waar. Van Van Leeuwenhoek zijn ook de eerste beschrijvingen van bacteriën en menselijke zaadcellen, die hij 'dierkens' noemde.

Zijn waarnemingen schreef hij op in brieven die hij aan enkele bekenden in Nederland stuurde. Een van hen was de Delftse arts Reinier de Graaf, die Van Leeuwenhoek introduceerde bij de beroemde Royal Society in Londen. De leden waren zo onder indruk van zijn werk dat ze hem in 1680 officieel benoemden tot lid. Vele staatshoofden en wetenschappers kwamen naar Delft om door zijn microscopen te kijken. Tijdens zijn leven sleep hij meer dan 500 optische lenzen, waarvan sommige met een vergrotend vermogen van ongeveer 480x.

Van Leeuwenhoek stierf op 26 augustus 1723 te Delft en werd aldaar op 31 augustus begraven in de Oude Kerk.