14 april 2006

Johann Sebastian Bach

Johann Sebastian Bach werd op 21 maart 1685 geboren in Eisenbach, Duitsland. Al op jonge leeftijd kreeg hij van zijn vader vioolles en van de kerkorganist van Eisenbach orgelles. In 1695 stierven kort na elkaar zijn beide ouders waarna de tienjarige Bach bij een oudere broer in Ohrdruf werd ondergebracht. Van hem kreeg hij orgel- en klavecimbelles.

Op zijn achttiende vond hij werk in Weimar in het koninklijk orkest waarna hij organist werd in Arnstadt. In 1707 vertrok hij naar Mülhausen. In datzelfde jaar trouwde hij met zijn nicht Maria Barbara Bach. Na een jaar keerde hij terug naar Weimar, waar hij negen jaar zou blijven. In deze periode componeerde hij zijn eerste belangrijke werken.

In 1717 werd hij kapelmeester aan het hof van prins Leopold in Anhalt-Köthen. In de 6 jaar die hij daar werkte schreef hij stukken voor kamerorkesten en solo-instrumenten waaronder de beroemde Brandenburgse Concerten.

Bachs eerste vrouw, bij wie hij 7 kinderen had, stierf in 1720. Het jaar daarop trouwde hij met de zangeres Anna Magdalena Wilcken, bij wie hij 13 kinderen kreeg. Van de in totaal 20 kinderen die Bach kreeg, zijn er 10 als zuigeling of kind overleden.

In 1723 verhuisde hij naar Leipzig waar hij de rest van zijn leven zou blijven. Hij werd koormeester van de Thomaskerk en componeerde hier onder meer de Mattheüs Passion en de Johannes Passion. In 1749 kreeg hij last van staar en stierf in 1750 op 65 jarige leeftijd, blind.